Seterse Hoeve-Oosterhout Baroniepoorten Baroniepoort
Seterse Hoeve-Oosterhout
Baroniepoorten Baroniepoort

Gasterij de Seterse Hoeve is een toegankelijke locatie om even uit te blazen na een flinke wandeling of fietstocht. U kunt er een kopje koffie drinken, lunchen, een terrasje pikken, dineren of vergaderen. Bij iedere Baroniepoort is informatie beschikbaar over het gebied en de overige Baroniepoorten die via een eigen fietsroute met elkaar zijn verbonden. Vanuit de ruime parkeerplaats bij Gasterij de Seterse Hoeve loopt u zo Boswachterij Dorst binnen.

Boswachterij Dorst is de naam van een uitgestrekt bosgebied dat zich bevindt tussen Rijen, Oosterhout, Teteringen en Dorst. Het is 1.117 ha groot en eigendom van Staatsbosbeheer. Het gebied bestaat voornamelijk uit grof dennenbos dat in het begin van de 19e eeuw op heidegebied is aangeplant. Dit gebied stond bekend als Seterse Heide. Omstreeks 1850 werd veel bos gekapt, omdat het gebied als militair oefenterrein in gebruik werd genomen. Er ontstonden zandverstuivingen en de nabijgelegen buurtschap Seters moest zelfs met een eikenhakhoutwal tegen het oprukkende zand worden beschermd. In 1899 kreeg Staatsbosbeheer het gebied in bezit. Het werd opnieuw beplant en de militairen vertrokken naar elders.

Enkele heiderestantjes en loofbosjes liggen verspreid in het gebied. Daarnaast zijn er een aantal leemputten die ontstaan zijn door de activiteiten van de voormalige steenfabriek “De Vijf Eiken” in Rijen. In en nabij die leemputten tref je  interessante vegetatie aan met onder meer geelgroene zegge, liggende vleugeltjesbloem en grondster.Seterse Hoeve-Oosterhout

Broedvogels zijn onder andere: sperwer, boomvalk en diverse soorten spechten. Van de dagvlinders kunnen bruine eikenpage, heideblauwtje, bont dikkopje, groentje en kleine ijsvogelvlinder worden genoemd. Voor begrazing zijn er Schotse hooglanders. Die lopen vrij rond in het gebied en het bekijken zeker waard.

Seterse Hoeve-Oosterhout Baroniepoorten Baroniepoort In de buurt van de Seterse Hoeve is de Boswachterij Dorst

In het bos is verder een natuurlijk speelbos aangelegd en een kunstroute. Er zijn 3 gemarkeerde MTB-routes die door kenners hoog gewaardeerd worden. Via het wandel- en fietsknooppuntensysteem is het gebied prima te beleven.

Om het gebied optimaal te ontsluiten is vanuit het streeknetwerk LandStad de Baronie sinds juni 2016 een Baroniepoort gerealiseerd in Gasterij de Seterse Hoeve. Een Baroniepoort fungeert als toegangspoort voor een gebied met bijzondere natuurlijke kenmerken. Iedere poort heeft daarnaast zijn eigen, bijzondere verhaal in de vorm van een streeklegende. Die legende is via een QR code op een smartphone te beluisteren.

Contactgegevens
Gasterij de Seterse Hoeve
Vijf Eikenweg 56
4903 RK Oosterhout

T +31 (0)161 – 411 707
F +31 (0)161 – 411 934
E info@gasterij-desetersehoeve.nl

www.gasterij-desetersehoeve.nl

Binnenkort kunt u hier luisteren naar de legende van de Legendejagers: Verhalen in de Seterse Hoeve

Of lees de legende hieronder:

De piraat van Seters

In het duister van de avond was het nog nét zichtbaar tegen de achtergrond van donkere bossen. Op de hoek van de Vijfeikenweg en Ketenweg stond een klein boerderijtje. Het warme licht van achter het raam deed menig reiziger verlangen om aan te kloppen, zich te warmen aan het vuur. Welk een verrassing was het voor hen die aan deze drang gehoor gaven, want in het boerderijtje trof men een toog waar een waardin met blozende wangen kroezen bier vol schonk. Er werd gelachen, gezongen, gedronken en… er werden verhalen verteld. Het cafeetje kende zijn vaste gasten uit Oosterhout en Rijen, die telkens weer de weg vonden naar dat boerderijtje aan de bosrand. Daar, waar de geluiden verstomden als de oude verhalen naar boven kwamen en de verhalenverteller het woord nam.

“Jullie weten niet half wat zich hier allemaal heeft afgespeeld”, bromde een oude man in een donkere hoek. “Kennen jullie dat verhaal van de piraat?”
“Voor piraten moet je op zee zijn, man”, riep een dronken man aan de toog.
“Helemaal niet. Het was 1650 toen de jonge Laurens Corneille Baldran de Graff de deur sloot waarachter zijn moeder bittere tranen schreide. Hij keerde zijn oude leven op het land de rug toe. Want hij wilde de zee op. Dat krijg je nou van al die mooie verhalen die de troubadours je brengen. De dromen van de jongen vulden zich met zeilen van schepen, woeste golven en het lonkende goud dat aan de andere kant van de oceaan zou liggen te wachten”

Er werd honend gelachen in de kleine ruimte rond de toog, maar de verteller keek ernstig rond. “Het leven op zee was precies zoals hij had gehoopt. En toch ging het de verkeerde kant op met hem. Hij werd een beruchte piraat. Hij nam kaperbrieven aan van hen die dat maar wilden. Of het nu de Fransozen waren, de Spanjolen of de Engelsen. Het kapersvak bracht hem uiteindelijk ook die rijkdom. Hij vestigde zich uiteindelijk op de Cariben en stierf in 1704 als een schatrijke bezitter van een suikerplantage”.

“Je zuigt het uit je duim man”, riep een andere gast die zijn kroes nog eens vol liet schenken. Maar de verteller liet zich niet kennen en zei kalm: “Ik ken deze streek als geen ander. Stel me op de proef”.
De ander dacht even diep na en vroeg toen. “Vertel mij dan eens, goede man, hoe het komt dat deze straat de Ketenbaan heet”.
“Als jij je ogen goed de kost geeft, hier in de bossen. Dan zie je dat het opgedeeld is in vele percelen, lang en rechthoekig. Daar, mijn vriend, stonden ooit de Keten. In de tijd van Willem van Duvenvoorde zou het landschap hier schitteren van glimmende harnassen en kleurige tenten en bannieren. Daar streden de ridders van Strijen en anderen voor de eer.
Maar in 1732 verrees hier een groots kampement. Het Hollandse leger houdt er een enorme oefening en van heinde en verre komt men kijken naar dit militaire vertoon. Men denkt er een fijn reisje van te maken. Maar helaas voor die Hollanders zijn de karrensporen in Brabant van een andere maat dan hun rijtuigen en keer op keer lopen de Hollandse toeristen vast”
Er wordt gelachen en nog eens bijgeschonken. Maar de verteller is nu op gang en zonder dralen gaat hij door. “Maar voor wie denkt dat het hier enkel een vrolijke boel was… Halverwege de achttiende eeuw wordt het zuiden van de Nederlanden overspoeld met boevenbenden. In Limburg schuwt men de Bokkenrijders, vanuit Gelderland komen de Zwartmakers Brabant onveilig maken en ten noordoosten van Oosterhout houdt de bende van de Witte Veer huis. Genadeloze rovers zijn het.
Sommigen opereren echter niet in een bende, maar gaan zelfstandig op boevenpad. Zij prikken brandbrieven met een mes op de deuren van rijke boeren. Als de slachtoffers niet op een bepaalde tijd een bepaalde hoeveelheid geld wegleggen, dreigen zij met brandschatting. In deze streek maakt vooral Adriaan van Kampen zich schuldig aan deze brandschatting en wordt in 1787 op de Bredase Markt ter dood gebracht”.
Nu zweeg men, want de dood is nimmer een goede afloop.
Zo verging het menig avond tot diep in de nacht in dat oude boerderijtje tot het boerderijtje verwoest werd door een felle brand. Wat er overbleef was niets dan een bouwval. Het diende weer opgebouwd te worden, eiste het verzekeringsbedrijf. Maar zover kwam het niet en het bleef lange tijd een ruïne. Maar, zoals u ziet, zijn de mooie tijden teruggekeerd. En misschien, met een beetje geluk, weerklinkt in de gelagkamers van de Seterse Hoeve nog een mooi verhaal uit de oude tijden.