Baroniepoort de Menmoerhoeve ligt nabij natuurgebied de Pannenhoef.

Menmoerhoeve Etten-Leur
Menmoerhoeve Etten-Leur

Bos, vennen en bloemrijke weilanden typeren de Pannenhoef. Het gebied is ongeveer 580 Ha. groot. Van de 14de tot de 17de eeuw werd in dit deel van Noord-Brabant de laag hoogveen afgegraven tot de zandondergrond. De bossen zijn het thuis voor zoogdieren, als bunzing en ree en vogels als groene specht en buizerd. Deze magische plek, gelegen in LandStad De Baronie, is gemarkeerd met een speciale zuil. In LandStad De Baronie zijn meerdere magische plaatsen. Iedere plek heeft zijn eigen geschiedenis.

Luister naar de legende van de LegendejagersStalkaarsen in Etten

“Maar vlakbij de Lokker hield hij verschrikt in. Daar, boven het water van het ven  bewoog traag een licht. Het ging heen en weer, alsof er iemand met een lantaarn heen en weer slingerde.”

De legende kunt u hieronder lezen.

Contactgegevens:

Menmoerhoeve Etten-Leur / Boerengolf
Menmoerhoeve Etten-Leur / Boerengolf

De Menmoerhoeve
Zundertseweg 66
4876 NL Etten-Leur
tel. 076-5961602

info@menmoerhoeve.nl
www.menmoerhoeve.nl

Stalkaarsen op de Pannenhoef.
Niet ver van de Menmoerhoeve ligt het ven de Lokker. Daar woonde eens een oude boer die werkelijk alles wist van de omgeving. De boswachter van de Pannenhoef ging graag naar de oude boer om naar zijn verhalen te luisteren. Deze sprak meerdere malen van de stalkaarsen die hij had gezien boven de Lokker.
“Kleine, maar felle vlammekes zijn het. De zieltjes van overleden kinderen zegt men”. Zo sprak de boer en trok daarbij zijn borstelige wenkbrauwen op om zijn verhaal kracht bij te zetten. “Ze branden dichtbij de grond. Maar ge kunt ze niet naderen, ze blijven altijd op afstand. Dat is om oe te lokken… de moerassen in”.
Keer op keer vertelde de oude boer dit verhaal. Zonder te weten waarom, sprak het de boswachter zeer tot zijn verbeelding. Diep in hem groeide het verlangen om eens deze wonderlijke lichtjes te mogen aanschouwen. Want zo de boer ze beschreef, moesten ze betoverend mooi zijn. Eenzaam op zijn kar reed hij naar huis en tuurde om zich heen in de hoop een glimp van deze dwaallichtjes, of stalkaarsen, op te kunnen vangen. Maar telkens werd hij teleurgesteld.

Toch werd het geduld van de boswachter in een goede nacht beloond. Het was dit keer laat geworden. Haastig nam hij afscheid en spoorde zijn paard aan tot een vlotte draf. Maar vlakbij de Lokker hield hij verschrikt in. Daar, boven het water van het ven bewoog traag een licht. Het ging heen en weer alsof er iemand met een lantaarn heen en weer slingerde. Was dit een mens die zijn dood tegemoet liep? Gelokt door de stalkaarsen?
“Hé daar”, riep hij. “Kom dat water uit. Het is gevaarlijk”. En warempel. Het licht leek nu groter te worden. Het kwam dichterbij en dichterbij en met elke meter leek het licht feller te worden.
“Wie ben je?”, riep hij. Maar niemand antwoordde. Nu pas ontdekte hij dat hij ook geen voetstappen of gespetter van water hoorde. Er was zelfs geen uil te horen. Het bos leek zijn adem in te houden en de boswachter begon zich wat ongemakkelijk te voelen. Hij hield zijn hand op tegen het felle licht. Zag hij achter het licht nu een donkere gedaante?
Juist toen hij dit dacht doofde het licht en tot zijn grote verbazing was hij helemaal alleen in deze doodstille, donkere omgeving. De boswachter rilde en voelde de kilte van de angst door zijn bloedvaten trekken. Vlug kroop hij op zijn kar en dreef zijn paard aan. Zo reed hij in de duisternis van de nacht naar huis, via de Oosteindseweg, sloeg hij de Wildert in met zijn mooie rode beuken. Maar in deze nacht zonder maan, benamen de bomen dat weinige licht dat de sterren op het pad wierpen en hij kon amper zien waar hij moest rijden. Het paard was onrustig. Het brieste en trok soms wild aan de teugels.

Daar verscheen het licht opnieuw. Weer dat schommelende licht. Maar nu scheen het recht voor hem alsof het hem de juiste weg tussen de bomen wees. Het leidde hem door de duisternis van de Wildert naar huis. Daar verdween het en weer was de boswachter helemaal alleen. “Nu heb ik toch werkelijk stalkaarsen gezien. Maar ik weet niet of ik ze weer tegen wil komen”, sprak hij in zichzelf en sloot de deur van zijn woning goed af.