‘Sloopbank’ Alphen-Chaam

De gemeente Alphen-Chaam heeft als eerste gemeente in onze regio een zogenoemde ‘sloopbank’. De sloopbank is een soort ‘marktplaats’, waar vraag en aanbod van sloop- en compensatieoppervlakte bij elkaar worden gebracht.

De sloopbank is onderdeel van een nieuwe gemeentelijke sloopregeling. De gemeente stelt hierin beleid vast om ongewenste bebouwing in het buitengebied te laten slopen. Bij de sloopbank kunnen mensen terecht die iets meer bebouwing willen.

“Zo proberen we per saldo minder bebouwing te krijgen”, vertelt Bart Nieuwenhuizen, medewerker beleidsontwikkeling. Hij licht een en ander verder toe. “De gemeenteraad van Alphen-Chaam heeft de beleidsregel ‘Sloopkwaliteitsregeling fase 1’ vastgesteld. Ook in de overige twee ABG-gemeenten (Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) wordt op korte termijn de gemeenteraad gevraagd deze beleidsregel vast te stellen.”

Deze eerste fase van de beleidsregel omvat een ‘sloopbank’. “Deze is bedoeld voor iedereen die meer vierkante meters aan bijgebouwen wil bij zijn of haar (bedrijfs)woning, dan dat het geldende bestemmingsplan rechtstreeks toestaat. De sloopbank is een soort ‘marktplaats’, waar vraag en aanbod van sloop- en compensatieoppervlakte bij elkaar worden gebracht. De sloopbank wordt gebruikt om vierkante meters gesloopte agrarische gebouwen in te stallen. Iemand die wil bouwen, kan uit de sloopbank de oppervlakte nemen die hij nodig heeft. Zo krijgt de sloper een vergoeding en betaalt de bouwer voor extra bouwmogelijkheden.”

Met deze sloopbank speelt Alphen-Chaam in op de concrete behoefte aan meer maatwerk op het gebied van (bij)gebouwen bij (bedrijfs)woningen. “Tegelijk wordt de sloop van leegstaande stallen gestimuleerd. De prognose is dat er 158.000 m2 aan gebouwen staat bij agrarische bedrijven die gestopt zijn in de drie ABG-gemeenten. De beleidsregel is onderdeel van het bredere VAB-beleid (vrijkomende agrarische bebouwing) dat in ontwikkeling is.

Voor meer info en vragen: Bart Nieuwenhuizen, 088-38 21 429, bartnieuwenhuizen@abg.nl

(Archieffoto: Bart van Strien)